- 5 -
JULI 2011
Judith en Elias
Aslaksen
Zie voor meer informatie het
boek “En Herrens kriger” van
Kjell Arne Bratli
Elias Aslaksen werd geboren in
1888. Hij trouwde in Oslo, in 1912,
met Judith Wiik (geboren in 1888,
overleden in 1963). Zij was de zus
van Gustav Wiik, een van de mannen
die met Roald Amundsen in 1911 op
expeditie gingen naar de Zuidpool.
Gertrud Wehme en Else Eriksen waren
onder de weinige bruiloftsgasten. Het
pasgetrouwde stel huurde een klein
appartement in een huis in Hønefoss,
een zogenaamd “zolderappartement”.
Om in hun onderhoud te kunnen
voorzien, nam Aslaksen allerlei
baantjes aan. Hij verbouwde groenten
en bloemen om te verkopen, schilderde
omheiningen en gaf les, zowel privé als
op scholen. Hij gaf Duits, Engels, Frans
en wiskunde. Daarnaast handelde hij in
postzegels.
Hij werkte met de mensen die hij
ontmoette, voor zover ze ontvankelijk
Het geslacht Elias Aslaksen
waren. Hij begreep al snel dat hij moest
werken met de armen en geringen,
zoals geschreven staat in 1 Korinthiërs
1 vers 26-29. Hij reisde langs steden
en dorpen. In 1913 kwam hij voor de
eerste keer in Hedalen. Die keer reisde
hij met de stoomboot naar Nes in Ådal,
en met de fiets van daar naar Hedalen.
De volgende keer was in 1922. Hij
woonde toen bij de familie Kulterud.
Omdat hij rechtvaardig wilde zijn, pakte
hij de bijl en begon hout te hakken.
Daar stond hij, en hakte er met die
bijl flink op los. Hij was gewend om te
werken, zowel geestelijk als aards.
Elias Aslaksen was een vroom man,
vol van de deugden van Christus. Zo
geestelijk als hij was, was hij heel
gemakkelijk in de omgang. Hij was
beweeglijk, humoristisch en vreedzaam.
Hij maakte graag uitstapjes, of het nou
was om de vrienden te bezoeken, ook
de eenzamen, of om te zwemmen of om
bessen te plukken. Hij was eenvoudig
en gemakkelijk.
Elias Aslaksen sprak Gods woord tot
hen die het wilden horen. Zijn spreken
was altijd duidelijk. Herschepping
naar goddelijke natuur door een
levend geloof in Gods woord, kan
een passende samenvatting zijn van
het meeste waarover hij sprak. Het
was altijd levend en in de geest van
geloof, en de vrienden kregen door